Klik om te zoeken START
Home  >  Over ons  >  

Geschiedenis

1924 - 1929

  • 1924: Valère Lecluse (bestuurder van de textielfabrieken Lecluse Frères in Ronse) gaat naar Congo voor de oprichting van een katoenbedrijf. Hij droomt van de verwerking van katoen ter plaatse en hij vraagt de overheid om hem een terrein ter beschikking te stellen voor de bouw van een verwerkingsfabriek. Hij krijgt een voorlopig pachtcontract van 2 jaar voor een terrein met een oppervlakte van ongeveer 45 hectare dat afgebakend is met 4 geografische grenslijnen: de Gombé-rivier, de spoorwegen Léo 1 en Léo 2, de Basoko-rivier en de Congostroom. De groep Lagache Frères (textielproducenten in Ronse) stemt toe om deel te nemen aan het project. .

Rapport de Victor Lagache 04-12-1924 (3 pages - 2.176 KB - PDF)
Ordre de mission de Victor Lagache à Valère Lescure 21-12-1924 (4 pages - 3.263 KB - PDF)  

    • Eerste bezielers van TEXAF:
      • Groep Lagache vertegenwoordigd door:
        • Henri Lagache, voorzitter
        • Victor Lagache, vicevoorzitter
        • Léon Lagache, afgevaardigd bestuurder
        • Edmond Lagache, bestuurder
        • Valère Lecluse, bestuurder
        • Joseph Rhodius, afgevaardigd bestuurder in Congo van 1934 tot 1947 en vicevoorzitter van 1947 tot 1957.
        • Robert Pflieger, bestuurder (katoenhandelaar)
        • Crédit Anversois vertegenwoordigd door: Louis Eloy, voorzitter en Fernand Vigneron, afgevaardigd bestuurder
    • April 1927: TEXAF krijgt de concessie voor het gehuurde terrein.
    • Eerstesteenlegging van de textielfabriek op 16 mei 1927.
    • 1927 - transport d'ouvrier textilesJanuari 1928

    Rapport de Victor Lagache 16-01-1928 (1 page - 416 KB - PDF)
    Lettre de Victor Lagache 24-01-1928 (1 page - 413 KB - PDF)

    • Officiële inhuldiging van de fabriek door Koning Albert op 28 juni 1928

    Discours de l'inauguration officielle avec la signature du Roi Albert (2 pages - 302 KB - PDF)

    • Met een beurskapitalisatie van 417.200.000 frank in 1928 bekleedt TEXAF de negende plaats bij de Congolese groepen. De vennootschap heeft ambities die haar financiële mogelijkheden te boven gaan en ze richt zich op de ontwikkeling van katoenbedrijven. Zo richt TEXAF bijvoorbeeld een katoenbedrijf op in Equatoriaal Afrika: COTONAF.
    • TEXAF verwerft elektriciteitscentrales, olieslagerijen en rivierboten. Op 25 juni 1930 richten TEXAF en Crédit Anversois de SOCIETE DES FORCES HYDRO-ELECTRIQUES DE SANGA op, die gebouwd werd op de Inkisi-rivier (op 80 km van Léopoldville) om de textielfabriek van energie te voorzien. TEXAF bezit 60.001 van de 120.000 aandelen van deze centrale. Kapitaal: 60 miljoen frank. Deze centrale voorziet niet alleen de textielfabriek van energie, maar na een akkoord afgesloten met Colectric ook Léopoldville, de regio Beneden-Congo en Brazzaville. Deze vennootschap controleerde MECELCO en SEMACO (liften Jaspar). De vennootschap werd op de beurs genoteerd en wijzigde haar naam in FORCES ELECTRIQUES ET MECANIQUES (SANGA). In 1962 fuseerde de vennootschap met TEXAF.
    • Aanvoer van water van de Lukunga: oprichting op 18 november 1929 van de SOCIETE DE DISTRIBUTION d’EAU DE LEOPOLDVILLE. TEXAF tekent in op 24.996 van het totaal van 60.000 aandelen. Kapitaal: 30 miljoen frank.
    • Er moesten een aantal kapitaalverhogingen worden uitgevoerd:
      • 80 miljoen in 1927, waarvan 25 miljoen onderschreven door Crédit Anversois
      • 50 miljoen in 1928
    • December 1928: start van de spinnerij met 10.000 spindels
    • April 1929: start van de weverij (288 meter met een breedte van 100 cm, 175 slagen per minuut)
    • Opvolging van de start van de ververij (indigoweefsels: permanente tinctuur van 20.000 m/team van 8 uur)
    • Evolutie van het resultaat tijdens de eerste jaren:
      • 1927: 3.870.383 frank
      • 1928: 17.169.128 frank
      • 1929: 5.353.307 frank
    • Aanvoer van water van de Lukunga: oprichting op 18 november 1929 van de Société de Distribution d’Eau de Léopoldville. TEXAF tekent in op 24.996 van het totaal van 60.000 aandelen. Kapitaal: 30 miljoen frank
    • Eind 1929: de medische dienst is operationeel.
    • Evolutie van de katoenproductie:
      • 1926: 1.252 t
      • 1927: 2.953 t
      • 1928: 4.032 t
      • 1929: 4.772 t
    • Textielproductie in 1929: 927.000 m

    (1) Congolese vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    1930 - 1945

    • In 1930 was TEXAF eigenaar van 32 egreneringsfabrieken in Congo en in Frans-Equatoriaal-Afrika voor een sterk groeiende productie van 7.500 ton katoen(2).
    • Carte postale ZagourskiProductie in 1930: 4.366.000 m. Overdekte oppervlakte van de fabriek: 31.250 m².
    • De landbouwafdeling van TEXAF bestond uit 6 entiteiten:
      • Concessie Rhodeby: 4.000 hectare in de buurt van Léopoldville
      • Concessie Rhokasai
      • Concessie van de Ruzizi
      • Boerderijen voor vermeerdering van katoenzaad
      • Zijdecultuur
      • Station voor domesticatie van olifanten
    • TEXAF wordt geconfronteerd met diverse problemen als gevolg van de krach van 1929 en van een beleid van overmatige schuldenlast opgelegd door de groep Lagache. In 1930 bedroeg het cumulatieve verlies 28,18 miljoen frank, in 1931 was dit 53 miljoen, in 1932 62 miljoen, in 1933 71 miljoen, in 1934 74 miljoen en in 1935 81 miljoen.
    • 31 katoengordels werden in 1931 overgedragen aan COTONCO in ruil voor 24.000 aandelen van COTONCO. COTONCO kent een groei en diversifieert zijn activiteiten: participaties in TISSACO, ELITEX.
    • Andere activiteiten van TEXAF worden overgedragen: de maritieme activiteiten gaan naar UNATRA, de distributie van water naar het koloniale bestuur (1934). Ook in 1934 worden de vastgoed- en landbouwactiviteiten opgenomen in IMAFOR en de textielinstallaties in UTEXLEO.
    • Onder impuls van Crédit Anversois en met de steun van Joseph Rhodius wordt TEXAF op 4 april 1934 een portefeuillevennootschap die voor meer dan 50 % in handen is van Crédit Anversois. De portefeuille destijds:
      • UTEXLEO werd op 4 april 1934 met een kapitaal van 65 miljoen frank, grotendeels samengesteld uit inbreng in natura (terreinen, gebouwen, uitrusting en voorraden), opgericht door TEXAF.
        Publicatie van de statuten op 15 april 1934.
      • Société des Forces Hydroélectriques de Sanga
      • Imafor: vastgoed- en bosbouwactiviteiten. Bezit van 4.000 hectare in de buurt van Kinshasa.
      • Régideso
    • In 1936 wordt begonnen met het drukatelier. Vanaf deze periode produceert de fabriek hoofdzakelijk bedrukte stoffen.
    • Tegen het einde van de jaren dertig kende UTEXLEO zeer sterke concurrentie van indigostoffen afkomstig uit Japan: de snit van 36” x 7 yard (1 kg) werd verkocht voor 2,50 francs CIF Léopoldville tegenover een kostprijs van UTEXLEO van 2 frank per meter. De beurskoers van TEXAF bedraagt 47 frank tegenover 3.845 francs bij de beursgang in 1928.
    • In 1939 wordt Crédit Anversois failliet verklaard. SOPABEL neemt de participatie over van CREDIT ANVERSOIS. De vereffening kan niet voortgezet worden tijdens de oorlog. UTEXLEO was een bedrag van 106 miljoen frank verschuldigd. In 1945 zal Joseph Rhodius 145 miljoen frank teruggeven aan de curator van Crédit Anversois.
    • UTEXLEO moet een bedrag van 96.088.984 frank betalen aan oorlogsbelasting. In diezelfde periode richtte UTEXLEO een “Welfare”-fonds op dat beschikte over een kapitaal van 35 miljoen frank. De diverse sociale werken krijgen enige tijd later concrete vorm via de oprichting van een “Fondation de Bien-être Indigène” (fonds voor inheems welzijn). Deze stichting richt een medisch-sociaal centrum op voor de werknemers en hun familie. Op dit ogenblik is dit ziekenhuis gekend onder zijn huidige naam Hôpital de Kintambo.
    • Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog ging Joseph Rhodius naar de VS (tegen het formele advies van zijn raad van bestuur in Brussel in) om er een plan voor aankoop van machines uit te werken om zo de capaciteit van de fabriek te verdubbelen en te voldoen aan de vraag van het leger. Dit uitbreidingsplan omvatte de bouw van 3 ha aan gebouwen voor een bedrag van 78 miljoen frank. De behoefte van de bevolking werd geschat op 60-70 miljoen meter per jaar, terwijl de weefcapaciteit slechts 10 miljoen meter per jaar bedroeg. De bevolking van Léopoldville steeg van 49.972 eenheden in 1940 tot 101.501 eenheden in 1945.
    • 29 augustus 1942

      Visite du Ministre A. de Vleeschouwer en 1942 (1 page - 771 KB - PDF)

       

      (2) Rendement per hectare: 250 kg

       

      1947 - 1978

      • Tijdens en na de oorlog kende de groep een bijzonder voorspoedige periode. Het totaalbedrag van de dividenden gestort tijdens de periode 1951-1960 bedraagt 360,2 miljoen frank.
      • Aankoop van 5.400 Saco-Lowell-spindels en 422 tweedehands Draper-weefgetouwen.
      • Tijdens de oorlog kon de fabriek bevoorraad worden dankzij Paul Pflieger, die naast bestuurder ook katoenmakelaar was in New York en Gent.
      • In 1947 produceerde de spinnerij 4.189.000 kg garen met een gemiddeld metrisch nummer van 19,52. In 1957 bedroeg de productie 5.978.000 kg met een gemiddeld metrisch nummer van 32,10.
      • Stijging van de productie van de spinnerij: van 12.193.000 m in 1939 naar 17.486.000 m in 1943, 22.703.000 m in 1947, 29.471.000 m in 1953 en 32.567.000 m in 1957.
      • Stijging van de productie van bedrukte stoffen: 4,73 miljoen m in 1947, 11,47 miljoen m in 1957.
      • In 1960 staat TEXAF wat betreft kapitalisatie op de 31e plaats van de Congolese vennootschappen: 220.000.000 BEF.
      • In 1972 treedt de heer Michel Relecom toe tot de Raad van bestuur van Texaf op voorstel van de Compagnie Belge de Participations Paribas (COBEPA) waarin alle effecten van Texaf die gehouden werden door de dochtermaatschappijen van de Banque Paribas werden ondergebracht. De heer Loïc de l’Arbre de Malander treedt toe tot het directiecomité.
      • Nationalisatie van UTEXLEO op 30 december 1974. Denationalisatie in september 1976: 100 % wordt aan TEXAF teruggegeven na de mislukking van onderhandelingen over een overdracht van 40 % aan Congolese partners.
      • In december 1975 versterkt Cobépa zijn macht binnen de raad van bestuur van Texaf.
      • In november 1976 worden onderhandelingen gestart voor de overdracht van 50 % van UTEXCO (vroeger UTEXLEO) aan de heren Bisengimana, Sambwa, Moleka en Rwakabuba. Deze overdracht wordt niet tot een goed einde gebracht. De onderhandelingen overlappen namelijk de verplichting die in 1980 door de staat werd opgelegd om 40 % van de deelbewijzen over te dragen aan nationale aandeelhouders.
      • In 1978 ontbindt de Zaïrese overheid ONAFITEX, dat alle katoenplantages verenigde. Er worden gemengde vennootschappen opgericht. Terugkeer van de groep naar de katoenproductie die was overgedragen in 1934: UTEXCO heeft een belang van 25 % in COTONNIERE DU KASAI-MANIEMA. Het mislukken van het staatsbeheer van de katoensector ligt aan de oorsprong van de problemen met katoenbevoorrading waarmee UTEXCO geconfronteerd werd.

       

       

      1981 - 2017

      • In 1981 wordt de heer Herman De Croo lid van de rRaad van bestuur van TEXAF.
      • In 1983 wordt de heer Loïc de l’Arbre de Malander aangesteld als afgevaardigd bestuurder van Texaf, een functie die hij zal uitoefenen tot 1997. UTEXCO start met de modernisering van zijn industriële uitrusting.
      • In 1984 koopt UTEXCO van de Ziegler-groep 26 % van de deelbewijzen van La Cotonnière du Kasaï-Maniema. Hiermee wordt de groep meerderheidsaandeelhouder.
      • In 1986 nam de TEXAF-groep SOLBENA over van de familie Benatar. Naast een textielfabriek in Lubumbashi beschikt Solbena ook over een belangrijk netwerk van distributie van groothandelsproducten. Heel wat activa worden verkocht en het saldo van SOLBENA wordt onder de waarde overgedragen.
      • In 1987 wordt Cobepa met 82 % meerderheidsaandeelhouder van Texaf. Productie van lendendoeken: 12.303 meter.
      • April 1988: afsluiting van een krediet van 11,5 miljoen ecu bij International Finance Corporation (IFC) voor een moderniseringsproject van UTEXCO.
      • 1988: fusies in UTEXAFRICA van de verschillende textielentiteiten van de groep: Utexco (spinnerij, weverij-veredeling), Zaïreprint (drukkerij), Otricot-Super Star (breigoed-confectie).
      • Overname in 1989 van ESTAGRICO, een katoenvennootschap in handen van Unibra (Michel Relecom): plantages in Uvira. In 1993 wordt 50 % van de participaties van ESTAGRICO overgedragen aan de Franse katoengroep CFDT (nu Dagris).
      • September 1991: stopzetting van buitenlandse coöperaties en eerste plunderingen in Congo. Het atelier voor mechanische constructie MECELCO, een dochteronderneming van TEXAF die instaat voor het onderhoud van het spoorwegtransport van Gécamines, wordt door deze laatste niet langer betaald. Productie van lendendoeken UTEXAFRICA: 10,77 miljoen meter.
      • Tweede reeks van plunderingen in 1993. Diverse medewerkers worden gedood, onder wie een technisch directeur, Christian Cattiaux.
      • 1997: einde van het Mobutu-regime. Zaïre wordt opnieuw Congo (DRC). Begin van een oorlog waarbij diverse buurlanden van de DRC betrokken zijn. Plundering van katoeninstallaties. Onmogelijkheid om er toegang tot te krijgen.
      • Juni 2000: Openbaar overnamebod van BNP-Paribas op COBEPA, de referentieaandeelhouder van TEXAF.
      • Januari 2001: veroordeling van UTEXAFRICA door IFC tot de onmiddellijke terugbetaling van 31 miljoen EUR als gevolg van de schuld die werd aangegaan in april 1988.
      • December 2001: met de steun van COBEPA wordt een transactie met IFC ondertekend. Productie van lendendoeken: 2,404 miljoen meter voor een totale productie van 6,4 miljoen meter stof.
      • Juni 2002: wijziging van zeggenschap over TEXAF, dat via een MBO georganiseerd door de heer Philippe Croonenberghs (afgevaardigd bestuurder sinds 1997) overgaat naar de Société Financière Africaine (82,1 %), die gecontroleerd wordt door de heren Philippe Croonenberghs (95 %) en Bernard de Gerlache. SFA draagt 7 % over aan het management van UTEXAFRICA (de heren Albert Yuma Mulimbi en Jean-Philippe Waterschoot).
      • April 2004: ondertekening van een kaderovereenkomst met de Chinese groep CHA TEXTILES. Volgens dit akkoord zullen binnen de nieuwe textieleenheid CONGOTEX de textielactiviteit van UTEXAFRICA en een eenheid voor de productie van wax worden ondergebracht. TEXAF bezit 43 % van deze nieuwe entiteit. In een nieuwe vastgoedvennootschap IMMOTEX, die op paritaire wijze in het bezit is van UTEXAFRICA en CHA, zullen de industriële textielsite en een terrein van > 100 ha dat wordt ingebracht door de groep CHA worden ondergebracht.
      • Maart 2005: tenuitvoerlegging van de akkoorden met de groep CHA TEXTILES.
      • 2006: presidentsverkiezingen in de DRC. TEXAF is opnieuw in staat om dividend uit te keren.
      • Juni 2007: overname door TEXAF van ANAGEST, voor 70 % eigenaar van 3 te renoveren flatgebouwen, van ATENOR GROUP.
      • Augustus 2007: vereffening van CONGOTEX. UTEXAFRICA wordt meerderheidsaandeelhouder van IMMOTEX. De vereffening van CONGOTEX betekent het einde van de textielindustrie in de DRC.
      • 2008 : in het kader van de voortdurende ontwikkeling van de UTEXAFRICA site, wordt deze met een privé restaurant, een zeer groot zwembad en noodstroomgeneratoren uitgerust.
      • April 2009 : aankoop door TEXAF van de 50% van CARRIGRES die zij nog niet aanhield, voor EUR 5,75 miljoen
      • December 2009 : verhuring van een eerst blok  appartementen van hoog niveau in de zgn. "Phase IV". In het totaal, zal EUR 12 miljoen in dit "Phase IV" project geinvesteerd worden en wordt dit het begin van meer ambitieuse bouwprojecten door de groep.
      • Januari 2011 : verkoop door TEXAF van 70% van drie, in 2007 aangeworven, appartementengebouwen voor EUR 2,4 miljoen
      • Juillet 2012 : verkoop door TEXAF van haar 50% deelneming in MECELCO voor EUR 1 miljoen
      • December 2012 : einde van de bouw van "Phase IV", dat voortaan 54 2 of 3 kamer appartementen telt
      • Juni 2013 : verhuring van de drie eerste appartementengebouwen in een nieuw project, "Champ de Coton" genoemd
      • Juli 2013 : verkoop van een 7.236 m2 grond voor USD 4,1 miljoen
      • Mei 2014 :  intrede van de Hong-Kong CHA groep in het kapitaal van TEXAF ten hoogte van 10% en  spin-off van IMBAKIN, die een schuldvordering op de DRC aanhoudt
      • Mei 2015: einde van het project "Champ de Coton" dat nu 10 gebouwen en 52 appartementen omvat
      • Oktober 2016: levering van de 4 gebouwen (33 appartementen) van "Clos des Musiciens"
      • April 2017 : start van een "Bois Nobles" project met uiteindelijk 82 wooneenheden